Hechting Problematiek

 

Hechting is een wederkerige en diepgaande emotie en fysieke relatie tussen kind en zijn ouder. Hechting vereist de emotie en fysieke relatie beschikbaarheid van zowel moeder en kind. Kinderen die in hun vroege leven geen enkele vorm van vastigheid hebben gekregen, zullen in hun latere leven problemen kunnen blijven houden met het leren vertrouwen van mensen.

In de eerste weken na de geboorte van een baby blijkt dat de baby vooral gevoelig is voor prikkels die afkomstig zijn de vader en moeder.  Een baby laat dit voornamelijk merken door eenkennigheid en scheidingsangst. Hij kruipt vaak achter zijn vader en/of moeder aan wanneer hij vreemden ziet. Hij wil dan weinig weten van onbekenden en zeker niet vast gehouden worden door hen. Als de ouders de kamer verlaten kan de baby gaan huilen, omdat hij niet van de ouders gescheiden wil zijn. Dit kunnen positieve tekenen zijn, omdat het kind aan zijn ouders gehecht raakt. Om te testen of de baby veilig gehecht is merk je op latere leeftijd doordat hij op onderzoek uit durft te gaan en durft te gaan spelen omdat hij er zeker van durft te zijn dat hun ouders er voor hem zijn. Op het moment dat hij zich bedreigd of alleen gelaten voelt zal hij troost of bescherming zoeken bij zijn ouders. Vanuit deze basis kan een kind een eigen 'ik' ontwikkelen. Het kunnen aangaan van een hechtingsrelatie is een van de belangrijkste opgaven voor een kind in de eerste levensfasen.

Veilig gehechte kinderen ontwikkelen zich beter dan onveilig gehechte kinderen ze durven makkelijker hun emoties en angsten te tonen in situaties waarin ze zich onveilig voelen. Ook ontwikkelen veilig gehechte kinderen eerder en makkelijker een eigen positief zelfbeeld dan ongehechte kinderen. Hechting is van belang voor de verdere relaties in het leven. Wanneer je als kind ervaren hebt dat je op anderen kunt vertrouwen en daardoor zelfvertrouwen hebt kunnen opbouwen werkt dat positief en kun je makkelijker relaties met anderen aangaan.

 

Oorzaken hechtingsstoornis:

Hechtingsstoornissen kunnen hun oorzaak vinden plaats in de1e drie levensfasen van kind:

* Tijdens de zwangerschap

* De geboorte

* En in de eerste levens fasen

Het is gebleken dat kinderen die een hechtingstoornis hebben vrijwel altijd een (tijdelijke) onderbreking of een (definitieve) breuk gehad hebben met de biologische moeder. Dit kan komen doordat het kind wordt geadopteerd en/of opgenomen door een adoptie/pleeggezin of het overlijden van de moeder. In sommige gevallen krijgt het kind niet of nauwelijks aandacht van de biologische ouders en kan er daardoor hechtingsproblematiek ontstaan. Ook kan het temaken  hebben met meerdere verzorgers die allemaal andere eisen aan het kind stelden. 

 

 

Adoptie en hechting problematiek

Bij Adoptie is een kind minimaal 1 keer gescheiden en soms onverschillig of afwijzend behandeld door het de mensen uit het land van herkomst. Deze ervaringen kunnen uitwerkingen hebben op de vertrouwensband van het kind die het in de eerste kinderjaren opbouwt. Daarom is het belangrijk dat de adoptie ouders een veilige basis en een goede thuisbasis bieden voor hun kind. 

 

Met adoptie kan het tijdens de zwangerschap al misgegaan zijn, doordat de biologische moeder met extreem veel negatieve gevoelens heeft rond gelopen. Het is een feit dat tijdens de zwangerschap meer tot stand komt dan alleen een foetus die groeit. Een ongewenste zwangerschap heeft weldegelijk invloed op de emotionele ontwikkeling van een kind. De geboorte zal ook anders verlopen en het kind zal nooit liefde ontvangen van de biologische moeder. Hierdoor krijgt een baby al een negatief gevoel en zal vaak een negatief zelf beeld krijgen.

 

Kenmerken 

* Baby leeftijd:  * Past zich ogenschijnlijk vlug aan

                            * Huilt veel

                            * Is onrustig

                            * Wil niet geknuffeld worden

                            * Wil geen oogcontact

                            * Verstijft als hij wordt opgepakt

                           

* Peuterleeftijd: * Heeft geen heimwee

                            * Trekt zich niets aan van de ouders

                            * Maakt een gevoel- en emotieloze indruk

                            * Is niet bereikbaar voor ouders (geen gevoel voor wederkerigheid)

                            * Speelt onaandachtig

                            * Is vernielzuchtig

 

* Het kind is passief: * Voelt zich onmiddellijk thuis

                                    * Vraagt weinig aandacht

                                    * Huilt niet

                                    * Laat zich verzorgen, met hem spelen, zonder plezier te maken

 

*Basisschool leeftijd:   * Moeilijk mee kunnen komen op school, veel kinderen

                                         moeten naar een speciaal onderwijs.

                                      

* Het driftenkind: Laat zich leiden door eigen wensen

                                      

* Het schijnaangepaste kind: Ontkend eigen wensen

                                                Past zich in schijn aan

                                                Wil sterke controle hebben

                                                Maakt met iedereen contact

                                    

* Het kind met 2 gezichten: Is thuis heel anders dan buitenhuis

                                    

* Het agressieve kind: Daagt uit  

                                     Scheld, schopt slaat enz.

                                    

* Het kind dat zich laat afweten: Trekt zich zelf terug

                                                      Wil het liefst dood zij

* Het kind dat verward is : Maakt een chaotische indruk

* Het kind dat zich richt op presteren: Onderdrukt gevoelens

                                                               Voel zich niet veilig

                                                               Kent geen geborgenheid

 

* Sterke punten: *Ze hebben vaak een breed en sociaal leven

                             *Ze maken gemakkelijk contact (vaak wel oppervlakkig) 

                             *Ze kunnen goed leiding geven en weten precies wat ze willen

                             *Ze kunnen in vakken met een presentatie zoals werkstukken,

                               spreekbeurten, boek/stage verslagen erg uitblinken.

 

 

Bodemloosheidsyndroom

Een hechtingsstoornis wordt ook wel bodemloosheidsyndroom genoemd. Dit is een logische benaming omdat, er geen bodem in het bestaan is. Er zijn geen affectieve banden in de allereerste levensfase. Het is een bodemloze put. Je kunt een kind oneindige veel liefde, aandacht en zorg geven, maar er komt zelden iets terug. De gewetensontwikkeling is niet opgang gekomen. Er is geen ik, daarnaast geen basaal vertrouwen, met als gevolg onvermogen en/of diepgewortelde angst om relaties aan te gaan. Er is een sterke neiging tot het leggen van oppervlakkige inwisselbare contacten. De anderen, incl. hulpverleners, zien/merken weinig tot niets aan het kind. Ook kan een kind niet goed met boze mensen/nare ervaringen om gaan, ze klappen dicht, zodat ze niets meer kunnen zeggen of nadenken.

 

Het kind heeft nauwelijks remmen of drempels. Het heeft weinig of geen schuldgevoel tegenover ouders. Het kind toont bijna nooit spijt of berouw. Het kan weinig onderscheid maken tussen hoofd en bijzaken.

 

De intieme emotionele banden binnen het gezin worden als bedreigend ervaren. Oppervlakkige aandacht van talloze bekenden wordt meer op prijs gesteld dan de persoonlijk gerichte aandacht van enkele vertrouwde personen. Het verschil tussen vriend en vreemde wordt niet echt gevoeld. Er is tussen de adoptie ouders en hun kind altijd een soort van machtsstrijd die voor buitenstaanders niet te zien is. Emoties kunnen dan ook op bevel aan en uit geschakeld worden.

 

Het vroegste ervaren van pijn of niet gewenst zijn is vernietigend. De pijn zoekt vaak een uitweg in vernietigingsdrang die zich richt tegen zichzelf, maar vaak ook tegen anderen. Andere bekende problemen zijn: fysiek geweld, uitingen van wreedheid tegen dieren (dwangmatig) eten, stelen, vernielen, slapeloosheid, provocerende seksueel gedrag en weglopen van huis.

 

Er is nooit bevrediging een kind voelt zich steeds tekort gedaan. Meestal ziet men een onverzadigbare honger naar aandacht. Bij zijn handelen gaat het kind meestal te werk volgens het lustprincipe. Negatieve aandacht levert vaak meer resultaat op dan positieve aandacht.

 

Ze hebben een extreem onnatuurlijk claimend gedrag. Sommigen willen daarin tegen helemaal niet worden aangeraakt, en worden bij knuffel pogingen angstig en/of agressief. Bij kinderen die niet aangeraakt willen worden is het nog moeilijker om een goede band op te bouwen. Deze kinderen hebben een huls om zich heen gebouwd waar niemand door heen kan prikken.

 

De meeste kinderen zijn het ene moment heel erg druk en een volgend moment heel stil en afwachtend en zelfs teruggetrokken. Vaak gaat een kind 2 stappen vooruit, daarna weer 1 achteruit en dan weer omgekeerd, wat voor adoptie ouders van deze kinderen vaak zo verschrikkelijk ontmoedigend is.

 

 

 

 

Kenmerken voor mensen boven de 18

 

Als men de 18 is gepasseerd word de hechtingsproblematiek / bodemloosheid in eens borderline persoonlijkheidsstoornis genoemd. Borderline is een soort van verzamelnaam van psychiatrische aandoeningen en daar valt ook hechtingsproblematiek/bodemloosheid onder. Mensen met borderline hebben last van een aantal symptomen. Voor velen is het leven onaangenaam en zwaar.

De symptomen zijn : * Impulsiviteit

                                    * Makkelijk contact kunnen leggen

                                    * Moeilijk alleen kunnen zijn

                                    * Woede-uitbarstingen

                                    * (dreigen met) zelfdoding

                                    * Zelf verwonding

                                    * Angst, soms door agressie bedekt

                                    * Eenzaamheid zelfs in gezelschap

                                    * Leegte, niet weten wat je wilt of vind

                                    * Een kloof tussen gevoel en verstand

                                    * Overspoeld worden door heftige emoties

                                    * Relaties niet kunnen aangaan en/of stuk proberen te maken

                                    * Bindingsangst/verlatingsangst

                                    * Periodes van depressie

                                    * Enorme spanning

                                    * Stemmingswisselingen

                                    * Weinig gevoel van eigenwaarde 

 

Oplossingen

Het herstellen van een verstoorde hechting is erg moeilijk, maar kan een ijzig proces zijn. Hoe intens en oprecht ook, liefde alleen is niet genoeg om goed te maken wat het kind in zijn vroege kindsjaren heeft mee gemaakt (het vertrouwen in mensen). Als het lijkt dat iemand met hechtingsproblematiek zich op zijn gemak voelt kan het zo zijn dat het diep van binnen heel bang is om weer gekwetst te worden. Op een of andere manier probeert het zich zelf steeds weer pijn aan toe doen, omdat het van binnen voelt dat het niet gelukkig mag zijn. Vooral is het erg moeilijk om een relatie aan te gaan met zo iemand, omdat als er iemand te dicht bij komt wil hij het van zich af stoten, omdat hij bang is om weer in de steek gelaten te worden.  Ook vinden ze het heel moeilijk om vriendschappen te hebben. Ook daar doen ze veel te veel moeite voor. Ze zijn veel te bang om vriendschappen kwijt te raken.

 

Of therapie zou helpen is er moeilijk te zeggen, vooral bij kinderen is er nog erg veel onduidelijkheid over. Een aantal hulpverleners vinden dat een kind met ernstige hechtingsproblemen beter uit huis kunnen worden geplaatst, omdat een gezin te veel nabijheid en intimiteit zou bieden, terwijl het kind deze warmte en liefde niet aan zou kunnen. Anderen zeggen hierover: Door een kind weer uit huis te plaatsen geef je eigenlijk op en kan het kind helemaal niet meer leren om zich te hechten. 

 

Op dit moment zijn ze nog druk bezig een goede therapie te ontwikkelen die echt aan zal slaan bij kinderen met een hechtingsprobleem. Ze hopen dan ook dat deze kinderen ooit weer een vertrouwensbasis op kunnen bouwen en dat ze weer goed kunnen functioneren in de maatschappij. 

 

 

Tips

* Probeer het kind neutraal en afstandelijk tegemoet te treden. Realiseer je dat het kind zich bedreigd voelt door emotionele nabijheid, dat ze bang zijn voor diepgaande relaties. Daarom zullen ze zelf niet het kind negeren.

 

* Structuur bieden is heel belangrijk, strenge regels zijn niet nodig. Als een kind maar weet waar die aan toe is.

 

* Voor onverwachte verassingen (zoals plotseling besluiten om een dagje weg te gaan) een kind goed voorbereiden, een kind kan hierdoor in de war raken en daardoor tegendraads gaan reageren.

 

* Doe zo weinig mogelijk beroep op het geweten/schuldgevoel van een kind. Een kind weet hier niet goed mee om te gaan.

 

* Dreig nooit met straffen/beloften die je niet nakomt. Het kind raakt dan het vertrouwen in je kwijt.

 

* Stimuleer het kind. Geef het regelmatig complementen zodat het meer zelfvertrouwen krijgt.

 

* Vertel een kind duidelijk wat je wilt, zodat het alles beter kan begrijpen. Het is vaak snel afgeleid en onthoud daardoor niet altijd alles wat gezegd wordt.

 

 Home                     

 Index